PETER KANTELBERG      WERK      CV      PRIJSLIJST

Bij het betreden van het atelier van Peter Kantelberg valt direct op dat hij alleen bij daglicht werkt. Op een sombere januaridag is het haast donker als je binnenkomt.

Maar als je ogen wennen aan dit licht, zie je in de grijsheid ineens het heldere groen van de linoleumvloer, de oranjebruine tint van de oude stoel of de levertint van een ladekast. Zelfs de groene kleur die achter de afbladderende witte verf op de muur tevoorschijn komt, zorgt ervoor dat de schilderijen en schetsen van Kantelberg op een heel natuurlijke wijze op hun plaats zijn.
Want de Bredase kunstenaar bouwt zijn werken met die zachte, vermengde kleuren van oker, roest, terra, mint- of mosgroen, modderbruin of zalmroze op. Door een combinatie van olieverf en bijenwas, maakt hij schilderijen waarvan de huid zo zacht is dat je die aan moet raken. Maar vooral de kleuren – hoe ingetogen ook – zingen de kijker tegemoet. Soms doen ze dat in vettige vlakken van grijs naar feloranje verlopend, dan weer transparant in verschillende kleurlagen over elkaar heen gezet. Daarbinnen vecht de voorstelling met de transparantie. Het platte vlak wint het altijd.

Al tijdens zijn opleiding aan de Academie Sint Joost in Breda wist Kantelberg. “als ik van de academie af kom, dan word ik schilder in een atelier”. Tijdens die academietijd voelde hij nog de behoefte om maatschappelijke betrokkenheid in zijn werk te laten zien. Nu speelt de actualiteit van alledag slechts een rol, doordat ze doorwerkt in het zenuwstelsel van de kunstenaar: “ De actualiteit in mezelf, die ben ik wel aan het zoeken”. Op haast meditatieve wijze gaat Kantelberg te werk. Een vaas met gedroogde hortensia’s is aanleiding voor twintig geschilderde schetsen. De vaas staat voor een donkere spiegel, zodat in het spiegelbeeld alle details al vervaagd zijn. Het gaat de schilder niet om de vaas of de bloemen, maar om het innerlijke gevoel. “Kleur is een middel om de uiterlijke waarneming in contact te brengen met het innerlijk”, licht de kunstenaar toe. De donkere spiegel biedt meteen een houvast voor de donkerte in hem zelf.

Tot in 1998 schilderde hij vooral vanuit het hoofd en de fantasie. De abstractie die hij op die manier bereikte, was vanuit stijlprincipes bedacht. Daar liep hij tegenaan: “De behoefte aan het onbewuste, zoals je die ook bij de surrealisten zag, bleek toch heel rationeel”. Zes jaar geleden begon hij daarom weer te schilderen naar de waarneming. Wat niet wil zeggen dat hij het realisme omarmde. Liever omschrijft hij het als volgt: “Stilstaan bij wat je ziet en dat op je in laten werken”. Oude schilderkunstige motieven als het landschap, het stilleven of het portret zijn geen doel op zich, maar een aanleiding. Vanuit een observatie maakt hij contact met zijn eigen sensibiliteit of intuitie: “Nog iedere dag zijn er aanknopingspunten om de intensiteit op te zoeken”. Om die intensiteit te bereiken moet hij zich eerst leeg maken: “Soms even het overbewuste in je hoofd leegschudden om te kunnen werken. Als er te veel ‘wil’ is wordt het niets. Die wil moet je neutraliseren”.

Om het hoofd leeg te maken schilderde Peter Kantelberg anderhalf jaar lang zijn eigen zelfportret in tweeluikjes. Op elk doek een portret aan het begin en aan het eind van een werkdag. Het eigen gezicht als aanleiding tot introspectie. Wat zo ontstond is een indrukwekkende serie waarin je veel kunt zien van de psyche van de kunstenaar. Maar zoals in al het andere werk herken je toch vooral het zo eigen handschrift van de schilder. Wat hij nastreeft in zijn werk, is een gevoels-dialoog. En zoals hij zelf terecht opmerkt: “dat kun je niet uitleggen”.

Peter Kantelberg
door Rebecca Nelemans, BN/de Stem